Gewoontes kunnen zowel een zegen als een vloek voor de mens zijn, want we zijn hier sterk in verankerd. Het zijn neigingen, die vaak zijn of haar manier van doen uitleggen, die al sinds de kindertijd in gebruik is. Wat de mens zich tijdens zijn vroege opvoeding aangeleerd heeft, doet men verder, en zo kunnen zich denk-, handelings- en verhoudingsmanieren als gewoontes insluipen en zich vastzetten.

Als voorbeeld heeft de ene mens geleerd, steeds systematisch te handelen, terwijl de andere onbekommerd alle klussen opstapelt en voor zich uitstelt.

Allereerst heeft het zich tot gewoonte gemaakt, orde te houden, zijn arbeid en toekomende dingen doorlopend af te handelen, en vervolgens zal het hem licht vallen, tijd voor iets anders te vinden. De andere mens zal tijdens zijn leven moeizaam proberen zijn opgeschoven werkzaamheden en plannen op te bouwen, terwijl zich telkens nieuwere taken van alledag zich aandoen met als gevolg dat men er altijd net achteraan loopt. Het gevolg van deze gewoonte is afzienbaar: Er blijft geen tijd over voor iets anders; de vreugde in het doen wordt minder, tot alleen nog moeheid, lusteloosheid en frustratie overblijven. Ook wanneer het deze mensen ergert en zij weten, waardoor die zelfgemaakte stress licht, valt het diegene – als überhaupt – slechts moeizaam zich van zijn slechte handelings- en aanpakwijze af te komen en zich een gewenste gewoonte in te lijven, die zijn leven zou verlichten. Vaak verhard hij of zij liever in oude denkwijzen, want een verandering zou toch slechts inspanning en overlast betekenen. Daarom is het een illusie om te geloven, dat ze dan, wanneer ze eenmaal meer tijd hebben, bijv. op vakantie-, vrije en zondagen en allereerst na zijn pensionering, alles doen wat ze graag zouden willen doen. Ook dat betreft slechts een wensvoorstelling, want uit onheldere, vage voorstellingen kunnen geen duidelijke handelingen en werkingen voorkomen.

Niet geliefde gewoontes kunnen doorbroken worden als de mens daar grondig over nadenkt, hoe hij of zij zich verhoudt tot de alledaagse dag wanneer en waarom men in het oud gewende inzicht/gedrag vervalt, hoe en wat men daar aan veranderen kan en zich dan een duidelijk doel zeer zorgvuldig opbouwt, deze consequent vervolgd en daarbij steeds achtzaam blijft. In leer over de geest-brief nr. 14 is op bladzijde 142 over gewoontes het volgende te lezen:

“Vanuit het standpunt van de geestesleer en daarmee uit het standpunt van de leer van de waarheid gezien, is de gewoonte niets anders als het automatisch in het middelpunt van de opmerkzaamheid treden van ideeën, die zich dan verwerkelijken. Des te vaker de mens een idee bewust in het middelpunt van de opmerkzaamheid stelt, des te makkelijker zal dit gaan en zal daarmee steeds preciezer verwerkelijkt worden.”

Bovenstaand artikel is vertaald uit het Duits en onderstaand is de bron naar de Duitse originele tekst.

Bron: Wassermanzeit nr. 170 FIGU

KennisOase streeft naar de waarheid, maar pretendeert niet de waarheid in pacht te hebben.